Hoge Raad 11 februari 2014

ECLI:NL:HR:2014:288

Datum: 11-02-2014

Onderwerp(en): Leeftijd jeudige cliënt niet bekend

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht, Jeugdrecht strafrecht

Kinderrechter. Art. 495.3 Sv. Leeftijd verdachte niet exact vast te stellen. Blijkens de p-v’s van de tz. in e.a. is aldaar noch door verdachte noch door diens raadsman aangevoerd dat ex art. 495.3 Sv de kinderrechter diende deel te nemen aan het ottz. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen het Hof heeft vastgesteld kan het middel niet slagen.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: