Kinderrechter. Art. 495.3 Sv. Leeftijd verdachte niet exact vast te stellen. Blijkens de p-v’s van de tz. in e.a. is aldaar noch door verdachte noch door diens raadsman aangevoerd dat ex art. 495.3 Sv de kinderrechter diende deel te nemen aan het ottz. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen het Hof heeft vastgesteld kan het middel niet slagen.

Spreker(s)

Ad.jpg
mr. bc. Ad van der Linden

oud-kinderrechter en raadsheer-plaatsvervanger, medewerker Familie- en Jeugdrecht Universiteit Utrecht, plaatsvervangend voorzitter (Tucht)College van Beroep SKJ (Jeugdhulp), voorzitter regionale klachtencommissie Jeugdhulp Eemland

Bekijk profiel
prof-v2.-mr.-P.-Vlaardingerbroek-image.jpg
prof. mr. Paul Vlaardingerbroek

hoogleraar Familie- en Personenrecht Universiteit Tilburg, raadsheer-plaatsvervanger Hof 's-Hertogenbosch, rechter-plaatsvervanger Rechtbank Rotterdam

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: