Kinderrechter. Art. 495.3 Sv. Leeftijd verdachte niet exact vast te stellen. Blijkens de p-v’s van de tz. in e.a. is aldaar noch door verdachte noch door diens raadsman aangevoerd dat ex art. 495.3 Sv de kinderrechter diende deel te nemen aan het ottz. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen het Hof heeft vastgesteld kan het middel niet slagen.

Up-to-date blijven over Hoge Raad 11 februari 2014

Spreker(s)

Ad-van-der-Linde.jpg
mr. bc. Ad van der Linden

oud-(kinder)rechter, medewerker Universiteit Utrecht, voorzitter Beroepscollege Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) en van de Regionale Klachtencommissie Jeugd Eemland

Bekijk profiel
Paul-Vlaardingerbroek.jpg
prof. mr. Paul Vlaardingerbroek

hoogleraar Familie- en Personenrecht Universiteit Tilburg, raadsheer-plaatsvervanger Hof 's-Hertogenbosch, rechter-plaatsvervanger Rechtbank Rotterdam

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: