Hoge Raad 11 februari 2020

ECLI:NL:HR:2020:221

Datum: 11-02-2020

Onderwerp(en): Medeplegen | diefstal motor

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Medeplegen diefstal van motor, art. 311.1.4 Sr. Is gelet op rol medeverdachte (bijdrage na afloop) sprake van medeplegen van door verdachte gestolen motor? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:2640 m.b.t. bijzondere situatie waarin bijdrage van medepleger hoofdzakelijk bestaat uit gedragingen die na strafbaar feit zijn verricht. Hof heeft vastgesteld dat verdachte en zijn mededader samen zijn gaan rondrijden op scooter van verdachte. Verdachte heeft vervolgens geparkeerde motor weggenomen terwijl mededader in de nabijheid op hem stond te wachten. Mededader is op motor gaan zitten. Dat voertuig had geen draaiende motor. Verdachte heeft vervolgens - terwijl mededader op motor zat en deze bestuurde - motor vanaf rijdende scooter voortgeduwd door zijn voet tegen achterkant van motor te zetten. ‘s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat sprake is van voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met zijn mededader, getuigt - mede in het licht van door Hof vastgestelde rolverdeling tussen verdachte en zijn mededader, waarbij mededader verdachte tevoren vergezelde en op hem stond te wachten toen verdachte met motor aan kwam lopen, waarna zij in onderlinge samenwerking motor wegvoerden - niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Hiervoor bedoelde bijzondere situatie is niet aan de orde. Volgt verwerping.