Hoge Raad 6 februari 2026 Rechtbank Gelderland 30 januari 2026 Rechtbank Rotterdam 28 januari 2026 Rechtbank Overijssel 26 januari 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2010:BM1533 Hoge Raad 11 juni 2010

ECLI:NL:HR:2010:BM1533

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 11-06-2010

Onderwerp: Twee-conclusieregel

Overige onderwerpen: Grievenstelsel, Indiening tweede appelrekest ontoelaatbaar

Rechtsgebiedenregister: Burgerlijk procesrecht, Personen- en familierecht, Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Huurrecht. Diende het aanvullend beroepschrift in hoger beroep te worden behandeld? Diende vanwege wanbetaling bij beoordeling van het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn ex art. 7:230a lid 4 BW aan een belangenafweging te worden voorbij gegaan? Rechtsmiddelenverbod van art. 7:230 lid 8 BW. (Art. 81 RO).


Uitspraak:

11 juni 2010
Eerste Kamer
09/01481
EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [Verzoekster 1], voorheen [A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Franke,

t e g e n

1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, verzoekers in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerders].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 491493 OV VERZ 08-2684 van de kantonrechter te Breda van 29 juli 2008 en de aanvullende beschikking van 4 augustus 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.013.249/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 januari 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [Verweerders] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer verzocht de beroepen te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt in het principale beroep tot verwerping.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 23 april 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 358,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 juni 2010.

Spreker(s)

mr. Toine de Bie

senior raadsheer Gerechtshof Amsterdam, docent Universiteit van Amsterdam