Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2024:377 Hoge Raad 12 maart 2024

ECLI:NL:HR:2024:377

Datum: 12-03-2024

Onderwerp: Verschoningsrecht

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl



OM-cassatie. Beschikking Rb gegeven op hoger beroep dat door OM is ingesteld tegen beschikking RC op vordering OvJ a.b.i. art. 181 Sv teneinde RC te betrekken bij onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen/(digitale) gegevens(dragers) op eventuele aanwezigheid van gegevens waarover verschoningsrecht zich uitstrekt. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 241c Sv en art. 446 Sv. 2. HR maakt n.a.v. deze zaak opmerkingen m.b.t. verschoningsrecht i.g.v. inbeslagneming van voorwerpen, art. 98 Sv.
Ad 1. O.g.v. art. 241c Sv staat geen cassatieberoep open tegen beschikking Rb als hiervoor bedoeld. Daarom kan HR het cassatieberoep van OM niet in behandeling nemen.
Ad 2. Art. 98 Sv voorziet in voorschriften die strekken tot bescherming van verschoningsrecht. In art. 98 Sv wordt onder meer geregeld dat RC (zo nodig na kennisneming van betreffende stukken) beslist of inbeslagneming is toegestaan (lid 3), waarbij tegen die beschikking beklag openstaat voor verschoningsgerechtigde (lid 4). Ook als inbeslagneming van betreffende voorwerpen feitelijk al heeft plaatsgevonden, kan onder omstandigheden aanleiding bestaan om (alsnog) procedure van art. 98 Sv te volgen. Deze procedure is ook van toepassing in het geval van doorzoeking van plaats ter vastlegging van gegevens die op deze plaats op gegevensdrager zijn opgeslagen of vastgelegd o.g.v. art. 125i Sv (vgl. HR:2018:1960). Hoewel regeling van art. 181 Sv daarop niet specifiek is toegesneden, verzet deze regeling zich er niet tegen dat OvJ een vordering doet aan RC die ertoe strekt dat RC t.a.v. inbeslaggenomen voorwerpen dan wel bij doorzoeking van plaats vastgelegde gegevens toepassing zal geven aan voorschriften van art. 98 Sv. OvJ is daartoe ook gehouden als met het oog op waarborgen van de met verschoningsrecht beoogde belangen het volgen van procedure van art. 98 Sv noodzakelijk is, met name als filtering van stukken of gegevens niet mogelijk is zonder dat inhoudelijk kennis wordt genomen van stukken of gegevens waarvan redelijk vermoeden bestaat dat zij onder verschoningsrecht vallen (vgl. HR:2024:375).
OM n-o.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)