Hoge Raad 13 juli 2021

ECLI:NL:HR:2021:1079

Datum: 13-07-2021

Onderwerp(en): Varia

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Voorhanden hebben van wapen (art. 26.1 WWM) en zich in dat wapen bevindende munitie (art. 26.1 WWM). Meerdaadse samenloop a.b.i. art. 57 Sr? Belang bij cassatie? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2017:1111 tot en met HR:2017:1115 m.b.t. eendaadse samenloop en voortgezette handeling. Uit vermelding van art. 57 Sr blijkt dat hof van oordeel is dat m.b.t. bewezenverklaard voorhanden hebben van pistool en patronen sprake is van meerdaadse samenloop. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat bewezenverklaarde betrekking heeft op een zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex waarbij patronen zijn aangetroffen in patroonhouder en in kamer van pistool en dat zowel voorhanden hebben van pistool als voorhanden hebben van patronen een overtreding van art. 26.1 WWM oplevert. Dit leidt echter niet tot vernietiging van bestreden uitspraak, omdat de door hof opgelegde gevangenisstraf van 162 dagen ver onder strafmaximum van 4 jaren ligt dat zou gelden als van eendaadse samenloop zou worden uitgegaan. Daarbij is ook van belang dat, ook als hof bij strafoplegging was uitgegaan van eendaadse samenloop van bewezenverklaarde feiten, hof bij waardering van die feiten gewicht mocht toekennen aan omstandigheid dat verdachte zich op openbare weg heeft ontdaan van pistool dat was geladen met scherpe patronen en dat daardoor risico’s a.g.v. onoordeelkundig gebruik, bijvoorbeeld door kinderen, zijn ontstaan. Verdachte heeft daarom onvoldoende belang bij cassatie.

Volgt verwerping.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: