Hoge Raad 13 maart 2007

ECLI:NL:HR:2007:AZ6709

Datum: 13-03-2007

Onderwerp(en): Overzicht uitspraken: Vrijwillige terugtred, art. 46b Sr

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vrijwillige terugtred. Of gedragingen van verdachte toereikend zijn om de gevolgtrekking te wettigen dat het misdrijf niet is voltooid t.g.v. omstandigheden die van zijn wil onafhankelijk zijn, hangt – mede gelet op de aard van het misdrijf – af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij verdient opmerking dat voor het aannemen van vrijwillige terugtred in geval van een voltooide poging veelal een zodanig optreden van de verdachte is vereist dat dit naar aard en tijdstip geschikt is het intreden van het gevolg te beletten (HR LJN AZ2169). De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat: (i) verdachte de gaskranen van het fornuis volledig heeft opengezet en de pitten van het kooktoestel heeft verwijderd; (ii) de verdachte zich ongeveer drie uren nadien bij de politie heeft gemeld; (iii) er een concentratie van ongeveer 25 procent gas/lucht-mengsel in de woning aanwezig was, hetgeen volgens de deskundige van TNO een serieus gevaar opleverde; (iv) een hoge concentratie aardgas leidt tot een explosie in het explosieve gebied die al kan plaatsvinden door bij voorbeeld het aanslaan van een koelkast. ’s Hofs oordeel dat de gedragingen van verdachte, bestaande in het zich na drie uren melden bij het politiebureau en het overhandigen van de sleutel met de mededeling dat hij de gaskraan open had gezet, onder de onderhavige omstandigheden niet toereikend waren om de gevolgtrekking te wettigen dat sprake is geweest van vrijwillige terugtred van verdachte, is onjuist noch onbegrijpelijk.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel
mr-Ad-Machielsen-doek.jpg
mr. Ad Machielse

oud advocaat generaal Hoge Raad, emeritus hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: