Hoge Raad 13 maart 2020

ECLI:NL:HR:2020:425

Datum: 13-03-2020

Onderwerp(en): Wel of geen incidenteel hoger beroep

Rechtsgebiedenregister: Huurrecht, Verbintenissenrecht, Cassatie, Burgerlijk procesrecht, Arbeidsrecht

Procesrecht. In eerste aanleg is vordering, na verwerping van beroep gedaagde op bindendadviesclausule, afgewezen op inhoudelijke gronden. In incidenteel appel is beroep op bindendadviesclausule gehonoreerd, en vonnis bekrachtigd. Gezag van gewijsde van beslissingen rechtbank? Belang bij wijziging dictum rechtbankvonnis van afwijzing in niet-ontvankelijkheid. Noodzaak van daartoe strekkend incidenteel appel; proceskostenveroordeling in hoger beroep (art. 237 Rv; art. 353 Rv). Belang in cassatie bij verduidelijking dictum. Hoge Raad doet zelf af. Proceskostenveroordelingen.

Spreker(s)

Menno-Bruning.jpg
mr. Menno Bruning

advocaat en partner Lawyers' Specialist, advocaat Hoge Raad

Bekijk profiel
Tjalle-Hidma.jpg
mr. Tjalle Hidma

senior rechter Rechtbank Noord-Nederland, oud-hoogleraar Notarieel recht Rijksuniversiteit Groningen, oud-bewerker van het deel Bewijs in de Pitlo-serie

Bekijk profiel
Derk-Rijpma.jpg
mr. Derk Rijpma

advocaat Rijpma Cassatie & Litigation, advocaat Hoge Raad

Bekijk profiel
Gert-van-Rijssen.jpg
prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: