Hoge Raad 13 oktober 2020

ECLI:NL:HR:2020:1605

Datum: 13-10-2020

Onderwerp(en): Ondertekening p-v zitting

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Diefstal d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. P-v tz. in h.b. is bij ontstentenis van raadsheren en griffier van meervoudige kamer hof aan de hand van zittingsaantekeningen van griffier door teamvoorzitter van hof vastgesteld en ondertekend, nu raadsheren en griffier niet meer bij hof werkzaam zijn. Art. 327 Sv. Nietigheid onderzoek ttz. en uitspraak? P-v tz. in h.b. is niet door een van de rechters, noch door griffier vastgesteld en ondertekend overeenkomstig art. 327 Sv. Enkele daarvoor onderaan p-v vermelde grond dat betrokken raadsheren en griffier niet meer werkzaam zijn bij hof, vormt niet zodanig bijzondere omstandigheid dat aan zo’n verzuim te verbinden gevolg van nietigheid van onderzoek ttz. en naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak achterwege kan blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG (anders): Omstandigheid dat p-v niet door behandelend raadsheren is vastgesteld en ondertekend, behoeft niet tot cassatie te leiden, wel cassatie o.g.v. omstandigheid dat p-v niet vermeldt dat onderzoek in het openbaar heeft plaatsgevonden.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: