Hoge Raad 14 april 2020

ECLI:NL:HR:2020:637

Datum: 14-04-2020

Onderwerp(en): Schennis, Unus testis

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Schennis van de eerbaarheid door op straat geslachtsdeel te tonen aan voorbijganger, art. 239.1 Sr. Unus testis, art. 342.2 Sv. Vindt verklaring aangeefster voldoende steun in aanwezigheid verdachte vlakbij (beweerde) plaats delict kort na voorval en omstandigheid dat aangeefster kort na voorval heeft gebeld met politie en haar echtgenoot? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. ‘s Hofs oordeel dat bewijs dat verdachte het tlgd. heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen o.g.v. hetgeen aangeefster heeft verklaard maar dat door haar vermelde f&o voldoende steun vinden in nader aangeduid ander bewijsmateriaal, is niet z.m. begrijpelijk. Voor dergelijke steun volstaan immers niet de door hof in dit verband in aanmerking genomen aanwezigheid van verdachte in de nabijheid van beweerde plaats delict kort nadat tlgd. voorval zich had voorgedaan, terwijl dat niet anders wordt door enkele omstandigheid dat aangeefster kort na tlgd. voorval telefonisch contact heeft gezocht met politie en met haar echtgenoot. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

Spreker(s)

mr.-Willem-Jan-Ausma.jpg
mr. Willem Jan Ausma

advocaat Ausma De Jong advocaten

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: