ECLI:NL:HR:2018:2300

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 14-12-2018

Onderwerp: Weigering bank eerder toegezegd krediet te verschaffen

Rechtsgebiedenregister: Verbintenissenrecht

Vindplaats: Extern


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bank verstrekt laatste tranche van overeengekomen krediet aan BV niet. Faillissement volgt. Onrechtmatige daad jegens medeschuldenaar en (indirect) aandeelhouder? Vooropgezet plan van de bank de BV in handen te krijgen? Voorstellen van de BV niet serieus genomen? Moest bank reddingsplan voorstellen?


Uitspraak:

1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2. KONSULT B.V.,gevestigd te Den Haag,

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland,

t e g e n

NIBC BANK N.V.,gevestigd te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1] en NIBC.

1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/486503/HA ZA 15-440 van de rechtbank Den Haag van 3 februari 2016;
b. het arrest in de zaak 200.191.508/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser 1] beroep in cassatie ingesteld. NIBC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor NIBC mede door mr. A. Stortelder.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van [eiser 1] c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser 1] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NIBC begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser 1] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 december 2018.