Gerechtshof Den Haag 28 april 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2026 Hoge Raad 17 april 2026 Gerechtshof Den Haag 14 april 2026 Hoge Raad 10 april 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2016:55 Hoge Raad 15 januari 2016

ECLI:NL:HR:2016:55

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 15-01-2016

Onderwerp: Termijn indienen

Rechtsgebiedenregister: Burgerlijk procesrecht

Vindplaats: Extern


Inhoudsindicatie:

HR: 81.1 RO.


Uitspraak:

15 januari 2016
Nr. 15/02778

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 mei 2015, nr. 14/00381, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/4874) betreffende de ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2010 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 3.151, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2016.