Hoge Raad 15 juni 2021

ECLI:NL:HR:2021:840

Datum: 15-06-2021

Onderwerp(en): Varia

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Belaging van ex-partner (art. 285b.1 Sr) en vernieling van planten, lampjes, deuren en voorgevel van haar woning (art. 350.1 Sr). Vordering benadeelde partij. Kunnen kosten van plaatsen van camerasysteem bij woning van b.p. worden aangemerkt als rechtstreekse schade? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. rechtstreekse schade. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat kosten van plaatsen van camerasysteem bij woning van b.p. kunnen worden aangemerkt als rechtstreekse schade a.b.i. art. 51f.1Sv. Dit oordeel getuigt, gelet op wat hiervoor is overwogen, niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat schadeonderbouwingsformulier inhoudt dat benadeelde ongeveer 2 weken na aanvang van bewezenverklaarde belaging een beveiligingscamera heeft aangeschaft om haar door belaging ontstane gevoel van onveiligheid te verminderen en dat hof heeft vastgesteld dat benadeelde a.g.v. bewezenverklaarde gedragingen van verdachte hevige gevoelens van angst en onveiligheid heeft ervaren waardoor zij zich op een gegeven moment zelfs niet meer veilig voelde in haar eigen woning.

Volgt verwerping.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: