Rechtbank Amsterdam 23 april 2024 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2024 Hoge Raad 12 april 2024 Hoge Raad 12 april 2024 Hoge Raad 12 april 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2021:938 Hoge Raad 15 juni 2021

ECLI:NL:HR:2021:938

Datum: 15-06-2021

Onderwerp: Inleiding

Rechtsgebiedenregister: Burgerlijk procesrecht

Vindplaats: Avdr.nl



Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. 1. Oproepingstermijn (3 of 10 dagen) voor Pr in ontnemingszaak, art. 588a.4 (oud) Sv. Verzoek tot terugwijzing van zaak naar Rb omdat bij toezending van afschriften van oproeping van betrokkene om op tz. van Pr te verschijnen niet o.g.v. art. 588a.4 (oud) Sv geldende termijn 10-dagentermijn in acht is genomen. 2. Kernroljurisprudentie. Verzoek tot terugwijzing van zaak naar Rb wijzen omdat niet afschrift van oproeping in e.a. aan de voor betrokkene optredende raadsman is toegezonden, art. 48, 423.1 en 423.2 Sv.
Ad 1. O.g.v. art. 367 Sv kan ontnemingsprocedure aanhangig worden gemaakt bij Pr. Ontnemingsvordering kan gelijktijdig worden behandeld met hoofdzaak en daartoe kan ontnemingsvordering gelijktijdig worden betekend met dagvaarding in hoofdzaak. Daarom moet, mede gelet wetsgeschiedenis bij art. 511b Sv, worden aangenomen (ook al vermeldt art. 511b.4 Sv niet tevens voorschrift van art. 370.1 Sv) dat in het geval dat ontnemingsvordering door Pr wordt behandeld, termijn voor betekening van ontnemingsvordering, waarvan oproeping om ttz. te verschijnen deel uitmaakt, ten minste 3 dagen is. Gelet hierop is ‘s hofs oordeel juist dat voor afschriftverplichting o.g.v. art. 588a (oud) Sv geen termijn van 10 dagen vóór tz. van Pr gold.
Ad 2. Stukken houden niets in waaruit kan volgen dat voor behandeling van zaak van betrokkene door Pr afschrift van oproeping aan een voor betrokkene optredende raadsman is verzonden, terwijl noch betrokkene noch een voor hem optredende raadsman ttz. in e.a. is verschenen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1996:ZD0442 m.b.t. vraag in welke gevallen hof zaak dient terug te wijzen naar Rb en uit HR:2017:2250 m.b.t. als ordemaatregel te beschouwen regeling van art. 39 (oud) Sv. Deze overwegingen zijn ook van toepassing in ontnemingsprocedure. Hof heeft verzoek tot terugwijzing van zaak naar Rb, v.zv. dat verzoek berust op de grond dat niet afschrift van oproeping in e.a. aan de voor betrokkene optredende raadsman is toegezonden, afgewezen omdat advocaat zich bij griffie van Rb en niet bij OM moet stellen. Dit oordeel is, gelet op de in HR:2017:2250 omschreven overgangsmaatregel en in aanmerking genomen dat raadsman van betrokkene heeft aangevoerd dat hij zich bij OM heeft gesteld, niet z.m. begrijpelijk.
Volgt vernietiging en verwijzing naar Pr. CAG: anders t.a.v. oproepingstermijn (10 dagen). Samenhang met 19/05024 en 20/00626.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

prof. mr. Daan Asser

emeritus hoogleraar Universiteit Leiden