Hoge Raad 15 maart 2013

ECLI:NL:HR:2013:BY7840

Datum: 15-03-2013

Onderwerp(en): Processueel ondeelbare rechtsverhouding

Opdracht aan advocatenmaatschap. Persoonlijke aansprakelijkheid maten voor gelijke delen (art. 7A:1679-1681 BW) dan wel hoofdelijk (art. 7:407 lid 2 BW). Instellen vordering tegen gezamenlijke maten (HR 5 november 1976, LJN AB7103, NJ 1977/586) of tegen individuele (rechts)personen. Verhaal op afgescheiden vermogen van de maatschap (art. 3:192 in verbinding met art. 3:189 lid 2 BW) of op privévermogens. Dagvaarding op naam van maatschap of op naam van individuele leden. Bevoegdheid rechter niet-gedagvaarde leden van maatschap in het geding te laten betrekken, art. 118 Rv. Persoonlijke aansprakelijkheid op grond van art. 7:404 BW; praktijkvennootschap.

Spreker(s)

mr.-A.N.-Labohm-image.jpg
mr. A.N. Labohm

senior raadsheer Hof Den Haag

Bekijk profiel
prof-v2.-mr.-A.H.N.-Stollenwerck-image.jpg
prof. mr. A.H.N. Stollenwerck

Em. Bijzonderhoogleraar VU Amsterdam, raadsheer Gerechtshof Den Haag

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: