1. Redelijke termijn in jeugdzaken. Art. 40 lid 2 sub b van het Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 1990, 107) stelt geen verdere eisen aan de redelijke termijn dan reeds uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeien. 2. Aanhoudingsverzoek – van in het buitenland verblijvende jeugdige verdachte - onvoldoende gemotiveerd afgewezen.

Spreker(s)

Ad-van-der-Linde.jpg
mr. Ad van der Linden

oud-(kinder)rechter, medewerker Universiteit Utrecht, voorzitter Beroepscollege Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) en van de Regionale Klachtencommissie Jeugd Eemland

Bekijk profiel
Paul-Vlaardingerbroek.jpg
prof. mr. Paul Vlaardingerbroek

raadsheer plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag, Emeritus hoogleraar familie- en jeugdrecht Tilburg University

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: