Rechtbank Amsterdam 18 mei 2026 Gerechtshof Den Haag 28 april 2026 Rechtbank Limburg 22 april 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2026 Hoge Raad 17 april 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2016:2874 Hoge Raad 16 december 2016

ECLI:NL:HR:2016:2874

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 16-12-2016

Onderwerp: Toerekenbaarheid

Overige onderwerpen: Toerekening naar verkeersopvattingen

Rechtsgebiedenregister: Verbintenissenrecht, Burgerlijk procesrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huurder aansprakelijk na diefstal gehuurde rijplaten? Maatstaf HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2469, NJ 1998/69.


Uitspraak:

16 december 2016
Eerste Kamer
15/02758
EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,

t e g e n

[verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 864520 / 12-10715 van de kantonrechter te 's-Hertogenbosch van 6 juni 2013;
b. het arrest in de zaak HD 200.134.432/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 februari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat en mede door mr. K.J.O. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 11 november 2016 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.652,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 december 2016.

Spreker(s)

mr. dr. Hendrik Wammes

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gastdocent burgerlijk recht Radboud Universiteit, lid geschillencommissie Kifid