Hoge Raad 16 november 2021

ECLI:NL:HR:2021:1699

Datum: 16-11-2021

Onderwerp(en): Beslag

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Beklag, beslag ex 94a.3 Sv op auto en geldbedrag (€ 880) en ex art. 94 Sv op dit geldbedrag onder klager t.z.v. verdenking van 2 woninginbraken strekkende tot bewaring van recht van verhaal voor op te leggen schadevergoedingsmaatregel. Had Rb moeten onderzoeken of beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit? Bij beoordeling van klaagschrift van beslagene dat is gericht tegen beslag a.b.i. art. 94a.3 Sv, dient rechter te onderzoeken a. of er op moment van zijn beslissing sprake is van verdenking van of veroordeling wegens misdrijf waarvoor geldboete van vierde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter aan klager, als verdachte, maatregel a.b.i. art. 36f Sr zal opleggen. Toe te passen maatstaf vergt niet (ambtshalve) onderzoek m.b.t. vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Omstandigheden van het geval kunnen echter meebrengen dat i.v.m. hetgeen door of namens klager is aangevoerd rechter in motivering van zijn beslissing ervan blijk dient te geven dergelijk onderzoek te hebben verricht (vgl. HR:2013:833). Rb heeft geoordeeld dat strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van beslag. Bij dat oordeel heeft Rb (mede gelet op wat door OM is aangevoerd) kennelijk betrokken dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat ook schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd m.b.t. schade van ongeveer € 130.000 die is geleden door andere inbraak zoals vermeld in ‘p-v aanvraag machtiging tot leggen van beslag als conservatoir beslag’. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Volgt verwerping. CAG: anders.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: