Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2026 Rechtbank Midden-Nederland 9 juni 2026 Rechtbank Gelderland 5 juni 2026 Hoge Raad 5 juni 2026 Gerechtshof Amsterdam 2 juni 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2020:1632 Hoge Raad 16 oktober 2020

ECLI:NL:HR:2020:1632

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 16-10-2020

Onderwerp: Ontbinding c.q. vernietiging

Overige onderwerpen: Ontbinding c.q. vernietiging, Partiële vernietiging

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Vernietiging van echtscheidingsconvenant wegens bedrog. Waarde van aandelen in een windmolenproject.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02373

Datum 16 oktober 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2] B.V. in liquidatie, voorheen [A] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: J. van der Beek,

tegen

[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: H.J.W. Alt.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

het vonnis in de zaak C/16/389088/HA ZA 15-292 van de rechtbank Midden-Nederland van 21 september 2016;

het arrest in de zaak 200.206.374 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2019.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verweerster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing
De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 oktober 2020.

Spreker(s)

mr. Magali van Maanen

advocaat en partner De Boorder Familie- en Erfrecht Advocaten