Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 april 2026 Rechtbank Midden-Nederland 14 april 2026 Rechtbank Limburg 31 maart 2026 Rechtbank Oost-Brabant 30 maart 2026 Rechtbank Overijssel 30 maart 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2025:1304 Hoge Raad 16 september 2025

ECLI:NL:HR:2025:1304

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 16-09-2025

Onderwerp: Schakelbewijs II

Overige onderwerpen: Bewijsrecht I, Bewijsrecht II, ECLI:NL:HR:2025:1430, Zeden

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht, Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid van hoogbejaarde vrouwen, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg t.a.v. 1 slachtoffer. Bewijsklachten. Schakelbewijs en bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefsters voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Redengevendheid van schakelbewijsconstructie is niet onbegrijpelijk. Hof heeft geoordeeld dat verklaringen van 3 slachtoffers op essentiële onderdelen ondersteunende overeenkomsten vertonen. Hof heeft in dat kader overwogen dat slachtoffers allen hoogbejaarde vrouwen zijn die in hetzelfde wooncomplex woonden als verdachte. Verdachte heeft ook steeds op vergelijkbare manier contact gelegd met vrouwen, namelijk door het doen van boodschappen of het verrichten van klusjes. Vervolgens heeft verdachte zich in besloten setting van hun woning op vergelijkbare wijze aan hen opgedrongen door hen onverhoeds bij hun borsten te grijpen. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat er sprake is van zodanige overeenkomende modus operandi dat verschillende aangiftes onderling als steunbewijs redengevend zijn voor bewezenverklaring. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. ‘s Hofs daaropvolgende oordeel dat met gebruikmaking van deze schakelbewijsconstructie is voldaan aan bewijsminimum a.b.i. art. 342 Sv, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04483

Datum 16 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 november 2023, nummer 22-000365-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,
hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt met verschillende deelklachten op tegen de bewezenverklaring.

2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.

Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht