ECLI:NL:HR:2025:1306
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 16-09-2025
Onderwerp: Beklag tegen beslag
Overige onderwerpen: ECLI:NL:HR:2025:1306
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Beschadiging van auto, art. 350.1 Sr. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon hof wat betreft motivering van bewezenverklaring van tlgd. het vonnis van Rb, waarin is volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv, bevestigen, nu raadsvrouw in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Raadsvrouw heeft bij behandeling van zaak in h.b. vrijspraak bepleit t.a.v. tlgd. Hof had het vonnis daarom in zoverre alleen mogen bevestigen met de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in eerste volzin van art. 359.3 Sv bedoelde weergave van inhoud van b.m. Nu hof bedoelde aanvulling van gronden heeft nagelaten, is bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Uitspraak:
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03944
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2024, nummer 22-001688-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 10-139541-21 onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel voert aan dat het hof wat betreft de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-139541-21 ten onrechte heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, omdat in dat opzicht vrijspraak is bepleit.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-139541-21 en de strafoplegging met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel in de zaak met parketnummer 10-069143-21;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.