Hoge Raad 17 april 2020

ECLI:NL:HR:2015:1077

Datum: 17-04-2020

Onderwerp(en): Art. 166 Rv.

Rechtsgebiedenregister: Insolventierecht, Burgerlijk procesrecht, Personen- en familierecht

Wetsartikelen: Art. 6 EVRM, Art. 3 Rv., Art. 1076 Rv., Art. 1076 lid 1 Rv., Art. 986 lid 1 Rv., Art 1076 lid 6 Rv.

Internationaal privaatrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Ambtshalve onderzoek naar de rechtsmacht (HR 6 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AL7065, NJ 2005/403 en HR 18 februari 2011, ECLI:HR:NL:2011:BO7116, NJ 2012/333). Verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis (art. 1076 Rv). Verbonden met de rechtssfeer van Nederland (art. 3 onder c Rv). Verjaring of verval van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging krachtens recht van het land waar arbitraal vonnis is gewezen: weigeringsgrond voor erkenning of tenuitvoerlegging? Art. 1076 lid 1 onder A en B Rv. Verdeling bewijslast. Bewijsaanbod, beroep op schriftelijk bewijs (HR 9 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9204, NJ 2012/174).

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: