Hoge Raad 17 mei 2016

ECLI:NL:HR:2016:862

Datum: 17-05-2016

Onderwerp(en): Artsen en opzet

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

OM-cassatie tegen vrijspraak voormalige neuroloog Ernst J t.z.v. het als arts opzettelijk in hulpeloze toestand brengen of laten van een patiënt en het opzettelijk benadelen van de gezondheid door het stellen van en volharden in verkeerde diagnoses bij een groot aantal patiënten betreffende o.m. de ziekte van Alzheimer. Art. 255 jo. art. 257 Sr en art. 300.4 jo. art. 301 Sr. Voorwaardelijk opzet. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5061 m.b.t. de aan de feitenrechter voorbehouden selectie en waardering van het bewijsmateriaal en uit ECLI:NL:HR:2003:AE9049 m.b.t. het toetsingskader betreffende voorwaardelijk opzet. Het Hof heeft bij de beantwoording van de vraag of verdachte opzettelijk heeft gehandeld, het toetsingskader m.b.t. voorwaardelijk opzet tot uitgangspunt genomen. Het Hof heeft vervolgens de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij te goeder trouw heeft gehandeld en niet opzettelijk verkeerde diagnosen heeft gesteld, niet ongeloofwaardig geacht en o.m. o.g.v. die verklaring geoordeeld dat verdachte t.t.v. zijn handelen niet bewust de aanmerkelijke kans op letsel en/of benadeling van de gezondheid en op het in hulpeloze toestand brengen en/of laten heeft aanvaard, zodat het opzet niet bewezen kan worden verklaard. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Dat verdachte heeft gehandeld in zijn hoedanigheid van neuroloog, maakt dit niet anders. Het oordeel draagt de gegeven vrijspraak zelfstandig zodat hetgeen het Hof voor het overige heeft overwogen, buiten bespreking kan blijven.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel