Hoge Raad 17 november 2020

ECLI:NL:HR:2020:1804

Datum: 17-11-2020

Onderwerp(en): (Voorwaardelijk) opzet

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Gewelddadige woninginbraak in Hoofddorp. Medeplegen poging tot diefstal met geweld d.m.v. braak, art. 312.2 Sr. 1. Heeft verdachte opzet gehad op het (door zijn mededaders) toegepaste geweld? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. Hof heeft vastgesteld dat plan van verdachten was om in avonduren met behulp van koevoet en ijzeren staaf in te breken in woning, waarin op dat moment niemand thuis was. Hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat in dit plan (bij gebreke van aanwijzingen van tegendeel) besloten lag dat in geenszins onwaarschijnlijk geval dat bewoner tijdens inbraak zou thuiskomen, tegen hem of haar enig beperkt geweld zou worden gebruikt om te ontkomen, zoals duw en/of enkele klap, al dan niet met behulp van die inbrekerswerktuigen. ‘s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat verdachte aanmerkelijke kans heeft aanvaard op gebruik van bewezenverklaarde geweld (met kracht tegen deur duwen van bewoner en met ijzeren staaf tegen diens voorhoofd slaan als gevolg waarvan deze behoorlijke bult op zijn hoofd opliep, waaruit bloed kwam, en bonkende pijn ontstond), omdat plegen van dit geweld onderdeel was van het door verdachte met zijn mededaders uitgevoerde plan, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

Ad 2. Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Samenhang met 19/02111.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: