Hoge Raad 30 januari 2026 Gerechtshof Amsterdam 9 december 2025 Gerechtshof Amsterdam 5 november 2025 Gerechtshof Amsterdam 29 oktober 2025 Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2025 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2020:2083 Hoge Raad 18 december 2020

ECLI:NL:HR:2020:2083

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 18-12-2020

Onderwerp: Bestuurdersaansprakelijkheid

Overige onderwerpen: Bestuurdersaansprakelijkheid 2:138/248 BW, Bewijsvermoedens art. 2:248 lid 2 BW, Het nalaatverwijt

Rechtsgebiedenregister: Ondernemingsrecht, Financieel recht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissement vennootschap. Onbehoorlijke taakvervulling door bestuur. Belangrijke oorzaak faillissement? Weerlegbaar vermoeden; art. 2:248 lid 2 BW.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05067

Datum 18 december 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: B.I. Kraaipoel,

tegen

Cornelis Wilhelmus Hendrikus Maria UITDEHAAG, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap [A] B.V.,kantoorhoudende te Veldhoven,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

de vonnissen in de zaak C/01/312629/HA ZA 16-608 van de rechtbank Oost-Brabant van 18 januari 2017 en 10 mei 2017;

het arrest in de zaak 200.217.118 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 augustus 2019.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing
De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.

Spreker(s)

prof. mr. Kid Schwarz

partner Baker Tilly, hoogleraar ondernemingsrecht Erasmus Universiteit Rotterdam, hoogleraar ondernemingsrecht Maastricht University

Legalflix