Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2022:1473 Hoge Raad 18 oktober 2022

ECLI:NL:HR:2022:1473

Datum: 18-10-2022

Onderwerp: Wederrechtelijk dwingen

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl



Dwang door ex-partner te achtervolgen en met telefoon te filmen en deze film live op Facebook uit te zenden, art. 284.1.1 Sr. 1. Is sprake van “door enige feitelijkheid wederrechtelijk dwingen” a.b.i. art. 284 Sr? 2. Schriftuur benadeelde partij.
Ad 1. Van door feitelijkheid wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden a.b.i. art. 284 Sr kan slechts sprake zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat slachtoffer tegen zijn of haar wil iets heeft gedaan, niet gedaan of geduld (vgl. ECLI:NL:HR:2005:AT5834). Hof heeft vastgesteld dat aangeefster en haar dochter onverwacht werden geconfronteerd met verdachte, waarna zij wegrenden in poging om aan verdachte te ontkomen. Nadat aangeefster haar dochter in een bij een splitsing stilstaande auto had gestopt, liep zij zelf verder. Verdachte liep en rende ongeveer zeven minuten achter aangeefster aan. Ondertussen filmde hij haar met zijn telefoon en zond hij die film live uit op zijn openbare Facebookaccount. Verdachte riep daarbij aantal keer naar aangeefster dat zij zijn kind heeft ontvoerd. Aangeefster heeft, terwijl verdachte haar volgde en zij zag dat verdachte haar filmde met zijn telefoon, meerdere keren naar hem geroepen dat hij moest stoppen en weg moest gaan. Ook heeft zij twee voorbijgangers gevraagd de politie te bellen omdat verdachte haar lastigviel en omdat verdachte een contactverbod met haar dochter had. Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van hof dat verdachte aangeefster ‘door enige feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen’ iets te dulden a.b.i. art. 284 Sr getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Ad 2. Op schriftuur van benadeelde partij slaat HR geen acht, omdat schriftuur niet verklaring van advocaat bevat dat hij tot indiening bepaaldelijk is gevolmachtigd door benadeelde partij.
Volgt verwerping.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Linda Kesteloo

docent Vrije Universiteit Amsterdam