ECLI:NL:HR:2017:3203
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 19-12-2017
Onderwerp: Putatief noodweer
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Poging tot zware mishandeling. Beroep op (putatief) noodweer door verdachte die zich in een steeg bevond en aangeefster voor een “junkachtig type” hield. Middel over oordeel Hof dat de enkele omstandigheid dat verdachte aangeefster als een junk zag onvoldoende is voor (putatief) noodweer(exces) en over de vraag of er een reële en redelijke mogelijkheid voor verdachte bestond om zich aan de aanranding te onttrekken. HR: art. 81.1 RO.
Uitspraak:
19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/01680
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2016, nummer 23/003824-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.