ECLI:NL:HR:2017:3219
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 19-12-2017
Onderwerp: Schadevergoedingsmaatregel
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht, Jeugdrecht strafrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Jeugdzaak. Art. 77a Sr jo. art. 77h Sr. Is de oplegging van de svm ex art. 77h.4.ahf.e Sr te verenigen met de toepassing van art. 9a Sr? CAG: het Hof heeft aan verdachte met toepassing van art. 9a Sr geen straf of andere maatregel dan de svm willen opleggen. HR: art. 81.1 RO.
Uitspraak:
19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/04897 J
EC/JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 september 2016, nummer 22/002902-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999.
1Geding in cassatie
Het is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.