ECLI:NL:HR:2019:1236

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 19-07-2019

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Extern


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Omgangsregeling.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00675

Datum 19 juli 2019

BESCHIKKING

In de zaak van

[de vader] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,

tegen

[de moeder] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de moeder,
niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/10/522433/FA RK 17-2015 van de rechtbank Rotterdam van 16 november 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.233.589/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 november 2018.

De vader heeft tegen de beschikking van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.