Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2018:949 Hoge Raad 19 juni 2018

ECLI:NL:HR:2018:949

Datum: 19-06-2018

Onderwerp: Formaliteiten beklag

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl



Beklag, beslag ex art. 94 Sv op onder klager in zijn auto inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder laptop met toebehoren. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Maatstaf beklag art. 94 Sv-beslag. 3. Laptop met toebehoren niet inbeslaggenomen gelet op ontbreken kennisgeving van inbeslagneming?
Ad 1. Rb heeft vastgesteld dat klager geen afstand heeft gedaan van de onder hem inbeslaggenomen voorwerpen en dat deze inmiddels zijn vernietigd. Van een last a.b.i. art. 116.2.c Sv kan geen sprake zijn, nu klager geen afstand heeft gedaan van de voorwerpen waarvan hij de teruggave verzoekt. Uit aan HR gezonden stukken blijkt voorts evenmin dat de voorwerpen zijn vernietigd met een machtiging a.b.i. art. 117 Sv. Gelet daarop kan in cassatie niet ervan worden uitgegaan dat de voorwerpen zijn vernietigd op een wijze die in art. 134.2.b en c Sv is voorzien. Dat brengt mee dat klager zal worden ontvangen in zijn cassatieberoep.
Ad 2. HR stelt toepasselijke maatstaf bij beoordeling klaagschrift van beslagene gericht tegen een ex art. 94 Sv gelegd beslag voorop. Rb heeft een andere dan de toepasselijke - en dus een onjuiste - maatstaf aangelegd. De beschikking kan reeds daarom in zoverre niet in stand blijven.
Ad 3. Door m.b.t. de laptop met toebehoren te oordelen dat het beklag ongegrond is nu het ervoor moet worden gehouden dat dit goed niet in beslag is genomen, heeft Rb miskend dat in een zodanig geval de klager n-o in zijn beklag dient te worden verklaard. Aan haar conclusie dat de laptop met toebehoren niet in beslag is genomen, heeft Rb ten grondslag gelegd dat van de inbeslagneming geen kennisgeving van inbeslagneming bestaat en dat klager onvoldoende heeft kunnen aantonen dat deze voorwerpen in beslag zijn genomen. Evenwel kan uit de eerstgenoemde omstandigheid niet z.m. volgen dat geen inbeslagneming van de desbetreffende voorwerpen heeft plaatsgevonden, terwijl oordeel Rb dat klager onvoldoende heeft kunnen aantonen dat deze voorwerpen in beslag zijn genomen ontoereikend is gemotiveerd in het licht van hetgeen hieromtrent door en namens klager is aangevoerd.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)