Hoge Raad 19 mei 2020

ECLI:NL:HR:2020:904

Datum: 19-05-2020

Onderwerp(en): Noodweer

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Poging tot zware mishandeling door ex-zwager meerdere malen met een bezemsteel op hoofd en lichaam te slaan na confrontatie in belwinkel van verdachte waarbij verdachte met schroevendraaier in zijn rug is gestoken, art. 302.1 Sr. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Is t.t.v. slaan met bezemsteel nog sprake van hevige gemoedsbeweging? Hof heeft aan verwerping van beroep op noodweerexces kennelijk ten grondslag gelegd dat weliswaar een hevige gemoedsbeweging direct na beëindigen van noodweersituatie niet kon worden uitgesloten, maar dat daarvan t.t.v. bewezenverklaarde poging tot zware mishandeling met bezemsteel geen sprake meer was. Daarbij heeft hof overwogen dat verdachte zich toen in emotioneel opzicht weer voldoende in de hand had gelet op zijn gestructureerde handelen na beëindiging van noodweersituatie waarin hij de winkel korte tijd verliet, vervolgens terugkeerde in de winkel, de toegangsdeur dicht deed, rondkeek en een bezem pakte, vervolgens een klant opzij duwde die hem probeerde tegen te houden, de toegangsdeur opende en met een bezem de winkel verliet. Hierop gebaseerd oordeel dat beroep op noodweerexces moet worden verworpen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is, mede in het licht van hetgeen is aangevoerd, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: