Roekeloosheid bij een verkeersruzie op de snelweg, art. 6 en 175 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960 m.b.t. roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm, waarvan alleen in uitzonderlijke gevallen sprake is. Uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte ‘s nachts bij een verkeersruzie een voor hem rijdende auto dicht heeft genaderd, met zijn lichten heeft geseind en deze rechts heeft ingehaald, en dat hij zijn auto plotseling tot stilstand heeft gebracht op de rijbaan van een onverlichte snelweg om verhaal te halen, waarbij verdachte zo abrupt heeft geremd dat de achter hem rijdende auto werd gedwongen te stoppen. Als gevolg daarvan is een achteropkomende auto in botsing gekomen met de stilstaande auto’s, waarbij drie personen gewond zijn geraakt. Aldus heeft het Hof in zijn bewijsvoering tot uitdrukking gebracht dat hier zich een uitzonderlijk geval voordoet.

Spreker(s)

prof.-mr.-Hans-de-Doelder.jpg
prof. mr. Hans de Doelder

emeritus hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam, hoogleraar strafrecht- en strafprocesrecht Universiteit van Curacao

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: