Hoge Raad 19 september 2017

ECLI:NL:HR:2017:2414

Datum: 19-09-2017

Onderwerp(en): Roekeloosheid

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Roekeloosheid bij een verkeersruzie op de snelweg, art. 6 en 175 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960 m.b.t. roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm, waarvan alleen in uitzonderlijke gevallen sprake is. Uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte ‘s nachts bij een verkeersruzie een voor hem rijdende auto dicht heeft genaderd, met zijn lichten heeft geseind en deze rechts heeft ingehaald, en dat hij zijn auto plotseling tot stilstand heeft gebracht op de rijbaan van een onverlichte snelweg om verhaal te halen, waarbij verdachte zo abrupt heeft geremd dat de achter hem rijdende auto werd gedwongen te stoppen. Als gevolg daarvan is een achteropkomende auto in botsing gekomen met de stilstaande auto’s, waarbij drie personen gewond zijn geraakt. Aldus heeft het Hof in zijn bewijsvoering tot uitdrukking gebracht dat hier zich een uitzonderlijk geval voordoet.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: