ECLI:NL:HR:2019:427
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 02-04-2019
Onderwerp: Diverse zeden | verkrachting: is dit andere feitelijkheid?
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht
Vindplaats: Extern
Inhoudsindicatie:
Verkrachting, art. 242 Sr. Leveren bewezenverklaarde omstandigheden (o.m. misbruik maken van positie als huisvriend van het slachtoffer en haar moeder en van de omstandigheid dat het slachtoffer net uit een detox-opname kwam en zich dientengevolge in een labiele situatie bevond) “andere feitelijkheid” a.b.i. art. 242 Sr op? HR: art. 81.1 RO.
Uitspraak:
2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/03079
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 26 april 2017, nummer 23/000967-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.