Hoge Raad 2 december 2014

ECLI:NL:HR:2014:3473

Datum: 02-12-2014

Onderwerp(en): Medeplegen

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Herziening ‘showbizzmoord’, tussenarrest. De aanvragen berusten onder meer op de stelling dat, kort gezegd, zodanig ernstige twijfel is gerezen omtrent de betrouwbaarheid van de bekentenissen die de betrokkene destijds heeft afgelegd, dat het Hof - ware het daarmee bekend geweest - die (nadien ingetrokken) bekentenissen niet voor het bewijs zou hebben gebezigd en de betrokkene zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De HR acht nader onderzoek noodzakelijk alvorens een beslissing kan worden genomen. I.h.b. wenst de HR beantwoording van vragen m.b.t. (1) de geestesgesteldheid van de betrokkene t.t.v. of omstreeks het plegen van het misdrijf dan wel t.t.v. het opsporingsonderzoek en/of t.t.v. de behandeling van de zaak door de Rb resp. het Hof en (2) of de evt. ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van invloed was op de gedragskeuzes en gedragingen van de betrokkene t.t.v. het misdrijf en/of gedurende de behandeling van zijn strafzaak, en wel zodanig dat zulks mede daaruit verklaard kan worden en zo ja, op welke manier en in welke mate dit is geschied. Het onderzoek wordt opgedragen aan raadsheer mr. N. Jörg, daartoe tot Rh-C benoemd.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: