Hoge Raad 2 februari 2021

ECLI:NL:HR:2021:163

Datum: 02-02-2021

Onderwerp(en): Overzicht uitspraken: Redelijke termijn, 6 EVRM

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Moord in Molenschot in 2015 door ander meermalen met vuurwapen door het hoofd te schieten, art. 289 Sr. 1. Overschrijding redelijke termijn in h.b. 2. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. HR: Op redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: ’s Hofs uitgangspunt dat zaak in h.b. binnen 2 jaar behoorde te zijn afgerond, getuigt van onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat verdachte t.t.v. instellen h.b. was gedetineerd i.v.m. de zaak. Voorts heeft hof volstaan met enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op art. 6.1 EVRM en geen aanleiding gezien om aan deze termijnoverschrijding consequenties te verbinden op de grond dat wanneer strafproces in zijn totaliteit wordt bezien, geen sprake is van overschrijding van redelijke termijn. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk, nu deze omstandigheid geen bijzondere omstandigheid oplevert die rechtvaardigt dat wordt volstaan met enkele vaststelling dat redelijke termijn is overschreden en redelijke termijn in h.b. met (afgerond) 14 maanden is overschreden. HR doet zaak zelf af door opgelegde gevangenisstraf te verminderen.

Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte schadevergoedingsmaatregel opgelegd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 763 dagen gijzeling. O.g.v. art. 36f.5 Sr bepaalt rechter bij oplegging van maatregel de duur volgens welke met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling kan worden toegepast. Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar. HR zal ‘s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen en zelf duur van gijzeling verminderen in die zin dat is voldaan aan wettelijk bepaald maximum van 1 jaar.

Spreker(s)

mr.-Rob-Baumgardt-doek-1.jpg
mr. Rob Baumgardt

advocaat Baumgardt Strafcassatie Advocatuur

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: