ECLI:NL:HR:2024:944
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 02-07-2024
Onderwerp: Ontoerekenbaarheid
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Mishandeling (art. 300.1 Sr), eenvoudige belediging (art. 266.1 Sr) en misbruik van alarmnummer (art. 142.1 Sr). Toerekenbaarheid van bewezenverklaarde feiten aan verdachte en beroep op ontoerekenbaarheid a.b.i. art. 39 Sr. Leed verdachte t.t.v. bewezenverklaarde feiten in zodanige mate aan psychische stoornis, dat hij in het geheel niet het kwalijke van zijn handelen kon inzien? HR: art. 81.1 RO.
Uitspraak:
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01493
Datum 2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 april 2022, nummer 22-003587-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan, advocaat in 's‑Gravenhage, en N. Gonzalez Bos, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman J.S. Nan heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.