Hoge Raad 12 maart 2024 Gerechtshof Den Haag 12 februari 2024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 januari 2024 Hoge Raad 9 januari 2024 Gerechtshof Den Haag 27 december 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2010:BL6765 Hoge Raad 20 april 2010

ECLI:NL:HR:2010:BL6765

Datum: 20-04-2010

Onderwerp: Artikel 45 en 46a Sr

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Aanmerkelijke kans. O.g.v. ’s Hofs vaststellingen moet er in cassatie van worden uitgegaan dat verdachte de hem verweten gedragingen niet willens en wetens op de dood van X heeft gericht. Het Hof heeft immers het opzet in voorwaardelijke vorm bewezen geacht en daaraan een afzonderlijke bewijsoverweging gewijd. Dat sprake was van een aanmerkelijke kans dat X door de in de bewezenverklaring bedoelde schoten dodelijk zou worden getroffen, kan niet zonder meer uit ’s Hofs bewijsvoering volgen. De bewijsmiddelen houden immers in dat X zich t.t.v. het lossen van de schoten in de slaapkamer bevond, terwijl die slaapkamer niet in het verlengde van de voordeur was gelegen. Gelet hierop is ’s Hofs oordeel dat een aanmerkelijke kans bestond dat één van de kogels X dodelijk zou raken, niet zonder meer begrijpelijk (vgl. HR LJN AT2760). Het bewezenverklaarde opzet is niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel docent Universiteit Utrecht