Onvoorziene omstandigheden; maatstaf. Huurder vordert ontbinding en schadevergoeding op grond van onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW) vanwege tegenvallende bezoekersaantallen. Onjuiste aanduiding gedagvaarde.

Het moet voor ABP die op de cassatiedagvaarding is verschenen, van meet af aan duidelijk zijn geweest dat sprake was van een vergissing en dat niet haar rechtsvoorgangster, maar zij zelf werd bedoeld.

Voor toepassing van art. 6:258 BW is alleen plaats wanneer de onvoorziene omstandigheden, die bij totstandkoming van de overeenkomst nog in de toekomst lagen, van dien aard zijn dat de wederpartij van degene die herziening van de overeenkomst verlangt, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding niet mag verwachten. Hieraan is niet spoedig voldaan. Zo hier al sprake is van een door partijen niet de overeenkomst verdisconteerde omstandigheid in de zin van art. 6:258 BW, komt deze voor rekening van eiseres.

Spreker(s)

mr.-Toine-de-Bie.jpg
mr. Toine de Bie

senior raadsheer Gerechtshof Amsterdam, docent Universiteit van Amsterdam

Bekijk profiel
mr.dr.-Sjoerd-Bakker-DOEK.jpg
mr. dr. Sjoerd Bakker

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: