Hoge Raad 20 februari 2018

ECLI:NL:HR:2018:247

Datum: 20-02-2018

Onderwerp(en): Controle en opsporing

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Witwassen, contant geldbedrag van € 44.000,- aangetroffen bij douanecontrole op Schiphol. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van verklaring verdachte t.g.v. niet verlenen cautie. Verhoor a.b.i. art. 29.2 Sv? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BY5706 inhoudende dat het i.s.m. art. 29.2 Sv voorafgaand aan een verhoor van verdachte in het voorbereidend onderzoek t.z.v. een tlgd. feit niet voldoen aan de cautieplicht een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv oplevert dat, na daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot bewijsuitsluiting. ‘s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat de verbalisanten aan verdachte vragen hebben gesteld vanwege een douanecontrole uitsluit dat van een verhoor a.b.i. art. 29.2 Sv sprake kan zijn geweest, is onjuist. Ook bij het aanwenden van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren dienen tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht te worden genomen, waaronder die van art. 29 Sv (vgl. ECLI:NL:HR:2016:2454). Volgt vernietiging en terugwijzing.

Spreker(s)

mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: