Raad van State 14 februari 2024 Gerechtshof Den Haag 12 februari 2024 Raad van State 24 januari 2024 Raad van State 24 januari 2024 Raad van State 10 januari 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2017:1115 Hoge Raad 20 juni 2017

ECLI:NL:HR:2017:1115

Datum: 20-06-2017

Onderwerp: Ne bis in idem

Overige onderwerpen: Eendaadse samenloop en voortgezette handeling

Rechtsgebiedenregister: Omgevingsrecht, Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl

Oplichting en diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 326 en 311.1.5 Sr). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassatie zal niet veranderen. De HR benadrukt dat een enigszins uiteenlopen van de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet in de weg staat aan het aannemen van eendaadse samenloop of een voortgezette handeling. Voor eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Het voorgaande brengt mee dat het toepassingsbereik van de regelingen ruimer is dan wellicht uit eerdere rechtspraak kon worden afgeleid. Het toetsingskader voor “één feit” a.b.i. art. 55.1 Sr kan echter niet gelijkgeschakeld worden met het toetsingskader voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Denkbaar is dat de feitenrechter in geval van eendaadse samenloop, teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, enkelvoudige kwalificatie aangewezen acht. ’s Hofs oordeel dat m.b.t. het onder 5 bewezenverklaarde sprake is van meerdaadse samenloop getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt de HR i.h.b. in aanmerking dat de bewezenverklaarde gedragingen en de slachtoffers niet overeenkomen, en dat die gedragingen chronologisch gezien ook geen nauw verband hebben.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Rob Baumgardt

advocaat Baumgardt Strafcassatie Advocatuur

mr. dr. Oswald Jansen

advocaat Resolución B.V. specialist bestuursrecht