Hoge Raad 20 maart 2018

ECLI:NL:HR:2018:396

Datum: 20-03-2018

Onderwerp(en): TUL en DUT

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht, Jeugdrecht strafrecht

Jeugdzaak. (Poging tot) gekwalificeerde diefstal. 1. Onjuiste kwalificatie. Art. 77gg.1 Sr. 2. Motivering bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden en uit te oefenen toezicht, art. 77za.1 Sr.

Ad 1. Het Hof heeft bewezenverklaard feit ten onrechte gekwalificeerd als voltooide gekwalificeerde diefstal aangezien het bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal oplevert. HR leest de kwalificatie aldus verbeterd. Gelet op art. 77gg.1 Sr, de opgelegde straf en de motivering daarvan, heeft verdachte geen rechtens te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak.

Ad 2. Bevel Hof dat de gestelde bijz. voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:531 inhoudende dat de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan dient blijk te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 77za Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Het bestreden arrest voldoet niet aan deze motiveringsverplichting nu uit ’s Hofs strafmotivering niet volgt dat de bewezenverklaarde feiten waren gericht tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. HR doet de zaak zelf af en vernietigt het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: