Hoge Raad 21 april 2020

ECLI:NL:HR:2020:760

Datum: 21-04-2020

Onderwerp(en): Medeplegen | aanwezig hebben drugs

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Medeplegen aanwezig hebben heroïne en cocaïne in woning van verdachte, art. 2.C Opiumwet. Bewijsklacht medeplegen. Heeft verdachte verdovende middelen “tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad”? Verdediging heeft aangevoerd dat verdovende middelen door medeverdachte in woning werden bewaard en dat verdachte vanwege conflict met medeverdachte een week vóór in tll. genoemde datum die woning was ontvlucht en geen sleutel meer had van woning. Hof heeft juistheid van die stellingen in het midden gelaten. Mede gelet hierop is bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte op desbetreffende datum in bewezenverklaring bedoelde verdovende middelen “tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad” ontoereikend gemotiveerd. Dat, zoals hof heeft vastgesteld, verdachte op die datum als bewoner van woning stond ingeschreven bij gemeente en verdachte wist dat er cocaïne en heroïne in die woning lagen, maakt dat niet anders. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG anders t.a.v. wijze van afdoening: HR kan zaak zelf afdoen en volstaan met vrijspraak voor dit feit. Samenhang met 17/03249, 17/03292 en 17/03328.