Hoge Raad 21 april 2020

ECLI:NL:HR:2020:673

Datum: 21-04-2020

Onderwerp(en): Zeden

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

OM-cassatie. Vrijspraak belaging door vanuit raam van zijn woning gedurende periode van 2 jaren met verborgen videocamera beelden te maken van achterbuurvrouw, die zich bevond in slaapkamer van haar woning, art. 285b Sr. Gedurende bepaalde periode heimelijk filmen van ander aan te merken als belaging? Tlgd. en in art. 285b Sr omschreven gedraging kan ook worden aangemerkt als inbreuk makend op persoonlijke levenssfeer van ander indien die ander ten tijde van die gedraging met die gedraging niet bekend was en die ander pas nadien op de hoogte is gekomen van die gedraging (vgl. ECLI:NL:HR:2014:3095). Hof heeft deze vooropstelling ook tot uitgangspunt van zijn beslissing genomen, maar verdachte vervolgens vrijgesproken omdat hij, door ander gedurende bepaalde periode heimelijk te filmen, wel inbreuk heeft gemaakt op persoonlijke levenssfeer van die ander, maar niet heeft gehandeld met in art. 285b Sr bedoeld oogmerk. Hof heeft in dat verband vastgesteld dat achterbuurvrouw van verdachte in periode van bijna 2 jaren waarin zij heimelijk door verdachte is gefilmd terwijl zij in slaapkamer van haar woning was, zich niet bewust is geweest dat zij is gefilmd. Hof heeft geoordeeld dat niet kan worden bewezen dat bij verdachte sprake was van oogmerk ander te dwingen. Daartoe heeft hof overwogen “dat oogmerk van verdachte niet kan worden afgeleid uit enkel heimelijke handelingen” en dat “wanneer slachtoffer niet op de hoogte is van dergelijke handelingen hij of zij op dat moment niet [kan] worden gedwongen om iets te doen, iets niet te doen of iets te dulden” nu verdachte “juist niet [heeft] beoogd dat aangeefster op enig moment zou merken dat zij werd gefilmd”. Met deze redenering heeft hof miskend dat in een geval als het onderhavige heimelijkheid van gedragingen van verdachte er niet zonder meer aan in de weg behoeft te staan dat hij heeft gehandeld “met oogmerk ander te dwingen iets te dulden”. Het kan immers zijn dat verdachte, door bewust en gedurende langere tijd heimelijk en onopgemerkt te filmen, heeft willen bewerkstelligen dat die ander zich niet kon verzetten tegen het gefilmd worden en aldus werd gedwongen dat filmen te dulden. Aldus heeft hof vrijspraak van tlgd. ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging. CAG: anders.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: