Hoge Raad 21 januari 2020

ECLI:NL:HR:2020:44

Datum: 21-01-2020

Onderwerp(en): (Voorwaardelijk) opzet

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Bedreiging met o.m. enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285.1 Sr, door opzettelijk dreigend teksten en foto’s per e-mail te sturen naar A. Bedreiging a.b.i. art. 285.1 Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3659 en ECLI:NL:HR:1984:AC8252 m.b.t. vereisten voor veroordeling t.z.v. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Hof heeft vastgesteld dat blijkens de inhoud van de door verdachte gestuurde berichten en foto’s sprake was van “een voldoende concrete dreiging met een explosie gericht aan de agenten die zich naar de woning van de verdachte zouden begeven”, dat A de politie daarvan op de hoogte heeft gesteld waarbij “de politie de e-mails en de foto’s van de verdachte zeer serieus heeft genomen” en de politie een observatieteam heeft ingeschakeld. Hof heeft voorts, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, geoordeeld dat verdachte, gelet op de zeer dreigende inhoud van de berichten en foto’s, bewust de minst genomen aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat A met die berichten en foto’s naar de politie zou gaan. ‘s Hofs oordeel dat verdachte “iedere politieagent die bij de verdachte komt” heeft bedreigd op de wijze als bewezenverklaard, geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent het begrip ‘bedreiging’ a.b.i. art. 285 Sr en is niet onbegrijpelijk. Dat verdachte zijn berichten, met foto’s, niet rechtstreeks naar de politie heeft verzonden en dat tevoren niet vaststaat welke bepaalde politieagenten naar de woning zouden komen, maakt dat niet anders. Volgt verwerping.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: