Hoge Raad 6 februari 2026 Rechtbank Gelderland 30 januari 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2026 Centrale Raad van Beroep 22 januari 2026 Rechtbank Midden-Nederland 16 januari 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2009:BK1619 Hoge Raad 22 december 2009

ECLI:NL:HR:2009:BK1619

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 22-12-2009

Onderwerp: Behoedzaamheidsjurisprudentie

Overige onderwerpen: Hoge Raad 12 mei 2017 (1) ECLI:NL:HR:2017:871 […] Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad – zie onder meer HR 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1001, NJ 2014/225, HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:232, NJ 2015/92 en HR 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016, Ingangsdatum in het verleden

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Familierecht. Nabetaling door alimentatieplichtige van alimentatie als gevolg van een wijziging van de alimentatieverplichting met terugwerkende kracht; omvang motiveringsplicht rechter.


Uitspraak:

22 december 2009
Eerste Kamer
09/00217
EE/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,

t e g e n

[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 3 november 2006 ter griffie van de rechtbank ’s-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, met wijziging van de beschikking van de rechtbank te Haarlem van 9 december 2003 de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige [kind 1] en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [kind 2] [kind 3] met ingang van 1 oktober 2006 vast te stellen op een bedrag van € 225,-- per maand per kind.
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 9 oktober 2007 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Bij beschikking van 15 oktober 2008 heeft het hof, kort gezegd, de bestreden beschikking vernietigd, en in zoverre opnieuw beschikkende, bepaald dat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2 en 3] voor de periode van 1 oktober 2006 tot 1 januari 2007 op € 46,-- per maand per kind zal zijn en voor de periode met ingang van 1 januari 2007 op € 21,-- per maand per kind. Voorts heeft het hof bepaald dat de door de man aan [kind 1] te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie voor de periode van 1 oktober 2006 tot 1 januari 2001 op € 46,-- per maand en voor de periode met ingang van 1 januari 2007 op € 21,-- per maand zal zijn. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijder strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 6 november 2009 op die conclu¬sie gerea¬geerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 De in onderdeel 2.10 voorgestelde klachten berusten op het uitgangspunt dat ten aanzien van nabetaling door de man van de alimentatie die hij als gevolg van de bestreden beschikking met ingang van 1 oktober 2006 verschuldigd is geworden, geldt hetgeen de Hoge Raad in de in het onderdeel genoemde uitspraken heeft overwogen ten aanzien van de door de rechter in acht te nemen behoedzaamheid en de in verband daarmee op de rechter rustende motiveringsplicht bij het vaststellen van een lagere alimentatie of bij opnihilstelling daarvan met ingang van een tijstip dat is gelegen vóór zijn desbetreffende beschikking. Dit uitgangspunt is evenwel onjuist. Daarom falen de klachten.

3.2 De overige in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.

Spreker(s)

mr. Jan Bram de Groot

senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden