Rechtbank Noord-Holland 14 april 2026 Rechtbank Rotterdam 10 april 2026 Rechtbank Noord-Holland 8 april 2026 Rechtbank Rotterdam 3 april 2026 Rechtbank Den Haag 2 april 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2024:1725 Hoge Raad 22 november 2024

ECLI:NL:HR:2024:1725

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 22-11-2024

Onderwerp: Art. 170-rechtspraak

Overige onderwerpen: Afd6.3., Art. 6:170 rechtspraak

Rechtsgebiedenregister: Letselschaderecht, Arbeidsrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad (art. 6:170 BW). Uitleg van vrijwaringsbeding in overeenkomst met payrollbedrijf.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/03332

Datum 22 november 2024

ARREST

In de zaak van

UNIQUE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Almere,
EISERES tot cassatie,
hierna: Unique,
advocaat: J. Streefkerk,

tegen

GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: B.I. Kraaipoel.

1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/653076 / HA ZA 18-861 van de rechtbank Amsterdam van 17 april 2019 en 2 oktober 2019;
b. het arrest in de zaak 200.271.969/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 mei 2023.
Unique heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Unique heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Unique in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Unique deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 november 2024.

Spreker(s)

prof. mr. Fokko Oldenhuis

universitair hoofddocent Rijksuniversiteit Groningen, de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht Rijksuniversiteit Groningen, tevens bijzonder hoogleraar Religie en Recht