Hoge Raad 23 januari 2018

ECLI:NL:HR:2018:67

Datum: 23-01-2018

Onderwerp(en): Medeplichtigheid | uitlokken poging moord

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van door verschaffen van inlichtingen opzettelijk uitlokken van poging tot moord. Voor medeplichtigheid vereist opzet. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BC0780 en ECLI:NL:HR:2011:BO4471, o.m. inhoudende dat opzet medeplichtige niet gericht behoeft te zijn op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan. Onder die precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan, is ook begrepen of het gronddelict al dan niet in deelneming wordt begaan; op die deelnemingsvorm behoeft het opzet van de medeplichtige dus niet te zijn gericht. Hof heeft vastgesteld dat verdachtes opzet was gericht op de dood van A en dat verdachte actief betrokken was bij het plannen van alsmede, tezamen met een ander, inlichtingen heeft verschaft tot de (poging tot) moord op A. ’s Hofs oordeel dat verdachtes opzet bewezen kan worden verklaard, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Samenhang met 15/04093, 15/04391, 15/04861 en 17/00194.