Hoge Raad 24 april 2018

ECLI:NL:HR:2018:659

Datum: 24-04-2018

Onderwerp(en): De aanmerkelijke kans

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Poging zware mishandeling. Voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel door met gebalde vuist één stomp tegen het gezicht te geven? Art. 45 Sr en art. 302 Sr. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte, die vroeger heeft gebokst en een grote man is van ca. twee meter, met een gebalde vuist “gericht en met kracht” tegen het gezicht van het slachtoffer onder zijn rechteroog en tegen zijn neus heeft gestompt ten gevolge waarvan fracturen aan de oogkas en het neusbot zijn ontstaan. ’s Hofs op die - niet onbegrijpelijke - vaststellingen gebaseerde oordeel dat kan worden bewezenverklaard dat verdachtes opzet was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: