ECLI:NL:HR:2023:298
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 24-02-2023
Onderwerp: 78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
kunnen slaan op het woord “derden”, in de zin dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van een
onderneming op het gebied van het bouw- en infrabedrijf niet beslissend zou zijn welke werkzaamheden
de
Overige onderwerpen: 30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
NJ 2019/29 (Unis).
Zie bijv. Asser/Lutjens 2023, nr. 397 met verdere verwijzingen.
Zo volgt uit HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8462, NJ 2012/93 (X.), rov. 3.5-3.6. Zie bijv. ook
HR 25 februari 20, 63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
impliceert uiteraard niet dat de strekking van werkingssfeerbepalingen in verplichtstellingsbesluiten steeds
een hoofdzaakcriterium zal (moeten) bevatten; het omschrijven van de werkingssfeer is uiteraard aan h, Verplichte deelneming aan bedrijfstakpensioenfondsen
Rechtsgebiedenregister: Ondernemingsrecht, Arbeidsrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Bedrijftakpensioenfonds Koopvaardij, art. 2 lid 1 Wet Bpf 2000, uitleg verplichtstellingsbesluiten, begrip "zeevarenden". Negatieve verklaring voor recht, belang, art. 3:303 BW.
Uitspraak:
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/05138
Datum 24 februari 2023
ARREST
In de zaak van
STICHTING GREENPEACE COUNCIL,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Greenpeace,
advocaat: S.F. Sagel,
tegen
STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ,
gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Bpf Koopvaardij,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7818996 CV EXPL 19-12580 van de kantonrechter te Amsterdam van 26 augustus 2019 en 3 februari 2020;
b. het arrest in de zaak 200.278.267/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 september 2021.
Greenpeace heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Bpf Koopvaardij heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Greenpeace mede door E.M.T. Huijzer.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Greenpeace heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Greenpeace in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bpf Koopvaardij begroot op € 845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Greenpeace deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 24 februari 2023.