Hoge Raad 24 maart 2020

ECLI:NL:HR:2020:501

Datum: 24-03-2020

Onderwerp(en): (Voorwaardelijk) opzet

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Belediging van politieambtenaar door voorafgaand aan voetbalwedstrijd in Amsterdam lettercombinatie ‘ACAB’ te zingen, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. Bewijsklacht opzet. Wist verdachte betekenis van lettercombinatie ‘ACAB’? Blijkens ‘s hofs vaststellingen bevond verdachte zich bij het (in voetbalstadion) achter elkaar zingen van leus ‘ACAB’ (All Cops Are Bastards) op korte afstand van politieambtenaren en keek hij tijdens zingen naar die politieambtenaren, onder wie politieambtenaar A. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat het onaannemelijk is dat verdachte leus richting politie zingt waarvan hij betekenis of strekking niet kent. Oordeel dat verdachte ‘opzettelijk’ politieambtenaar A heeft beledigd door het zingen van leus ‘ACAB’, is aldus niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd (vgl. ECLI:NL:HR:2019:899). Volgt verwerping. Samenhang met 18/05476, 18/05477, 18/05484, 18/05485 en 18/05489.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: