Hoge Raad 24 november 2020

ECLI:NL:HR:2020:1871

Datum: 24-11-2020

Onderwerp(en): Diverse zeden | ontucht? met verstandelijk gehandicapt nichtje

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Ontucht met 11-jarig verstandelijk gehandicapt nichtje door 38-jarige oom door haar uit te kleden, terwijl hij zelf ook naakt is, en dicht tegen elkaar aan naakt op bank te zitten, art. 247 Sr. 1. Ontuchtige handeling a.b.i. art. 247 Sr? 2. Vordering b.p. Heeft b.p. recht op vergoeding van immateriële schade? 3. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. Hof heeft geoordeeld dat uitkleden van nichtje als ontuchtige handeling kan worden aangemerkt. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk gelet op de door hof vastgestelde omstandigheden, zoals het uitkleden van kind van 11 jaar oud tot het geheel naakt was door tevens ontklede meerderjarige man zonder dat voor dat uitkleden functionele reden bestond en het dicht tegen elkaar aan naakt op de bank zitten.

Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:793 en ECLI:NL:HR:2019:376 m.b.t. gevallen waarin sprake kan zijn van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW. ’s Hofs oordeel dat sprake is van zo’n aantasting in de persoon op andere wijze a.b.i. art. 6:106.b BW getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, nu hof m.b.t. aard en ernst van normschending heeft vastgesteld dat sprake is van inbreuk op fundamenteel recht van minderjarig slachtoffer, namelijk zelfbeschikkingsrecht en lichamelijke integriteit, en ook gevolgen daarvan voor slachtoffer in aanmerking heeft genomen, zoals blijkt uit schade-onderbouwingsformulier.

Ad 3. Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.